Vindplaatsgericht werken

Trio-interview met jeugd- en straathoekwerkers Salim, Nivard en Ulrik.

Je kan ‘t zo gek niet bedenken. En toch blijkt het een ongelooflijk succes. Al gehoord van de Gentse mobiele Playstation 5, al dan niet mét knipbeurt? Of de reizende BBQ Tout Chaud in Molenbeek? Achter deze eenvoudige, maar innovatieve concepten schuilt een uitgekiende methode om jongeren te ontmoeten en begeleiden in hun vertrouwde buurt. JES-collega’s en drijvende krachten Salim, Nivard en Ulrik nemen ons mee in hun vindplaatsgerichte realiteit.

Allons droit au but, heren. Buitenstaanders stellen zich allicht de vraag: zijn een mobiele Playstation of gebakken saucissen dan echt zoveel meer dan wat gamen of snacken op het plein?

Ulrik: (Lacht) Je trekt het op flessen, maar ik snap de perceptie wel. De opzet en het gebeuren zelf maakt absoluut een groot verschil voor jongeren en bij uitbreiding mensen in de buurt. De reizende barbecue maakte Molenbeekse buurtbewoners en passanten enorm nieuwsgierig. De mensen waren aangenaam verrast dat ze gezellig een gratis worstje konden afhalen, bovendien halal én van de slager om de hoek. Dat voelt heel vertrouwd aan en zorgt voor een leuke dynamiek, ook al draait het maar om gebakken saucissen. Weet je … plots boden mensen spontaan hulp bij het snijden van de broodjes, knoopten ze onderling gesprekken aan met mekaar én met ons. Dan voel je gewoon de appreciatie en het plezier om samen iets in gang te zetten. Ook al duurde een BBQ Tout Chaud slechts een tweetal uur, het toont wel aan dat mensen snel bereid zijn om iets terug te geven aan de gemeenschap, aan hun buurt. Dat ze betrokken zijn… als je daar de voorwaarden voor schept.

Nivard: Ik herinner me een jongere passant uit de Beekkantbuurt die ons toeriep: “Hé gasten, ge moet hiermee echt ook in mijn wijk langskomen!”. Een eenvoudig initiatief als BBQ Tout Chaud opent deuren die anders te vaak gesloten blijven. Kijk, mensen en zeker ook jongeren voelden zich soms eerst wat verlegen, maar zetten toch de stap om een kijkje te nemen. Als je dan merkt hoe vlot ze vragen begonnen stellen… “Waarom staan jullie hier? Waarom net in mijn buurt?”, “Van welke organisatie zijn jullie?”. Zo een barbecue verenigt mensen. We ontmoetten jongeren die we al herkenden van zien, maar waarmee we nog niet hadden gesproken. Nu dus wel. Zo zie je maar hoe een heel toegankelijk en informeel gebeuren ook toenadering brengt. Voor ons als straathoekwerker is dat van goudwaarde.

Ulrik: Het klopt wat Nivard zegt. Eerst zit iedereen in z’n hoekje op het plein, maar een kwartier later staat iedereen bij de barbecue met mekaar te praten. Zelfs diegenen die eerst aangaven dat ze niet veel tijd hadden (lacht).

Nivard: Mensen van verschillende generaties en met verschillende culturele achtergronden, trouwens. ’t Is een mooie manier om het ijs te breken.

Salim: Bij mij is het net zo. Playstation is een heel toegankelijke manier om jonge gasten te bereiken. Gamen is vaak hun leefwereld. Als je dat dan nog eens tot hun pleintjes kan brengen, dan opent dat deuren die anders gesloten blijven. Ik wisselde ervaring uit met Stichting JOZ uit Rotterdam. Daar zag ik echt hoe jeugdwerkers er met een mobiele Playstation contact konden leggen met jongeren die zich anders weinig openstellen. En ze hadden er niet één mobiele box, maar wel zes of zeven! Net omdat die zo effectief bleken. Toen dacht ik meteen: “Salim, dit moet je ook gewoon doen”. Want dat klinkt misschien vreemd, maar samen gamen is voor die gasten vaak een moment waarop ze beginnen babbelen en in gesprek gaan. Terwijl ze zich anders gewoon thuis opsluiten met hun problemen. Daarom ben ik de laatste maanden beginnen experimenteren met mijn hele mobiele activiteitenmix. Nu combineren we de mobiele gamingbox ook met … een kappersstoel. Want ook een knipbeurt nodigt uit tot gesprek.

We combineren de mobiele gamingbox ook met … een kappersstoel. Want ook een knipbeurt nodigt uit tot gesprek.

BBQ Tout Chaud was een ingangspoort om met buurtjongeren te praten.

Nabij in de buurt

Hoe merk je dat nabij zijn op de pleintjes werkt en impact heeft?

Nivard: Ook in buurten waar we normaal gezien minder ‘aanwezig’ zijn, bood de mobiele barbecue de mogelijkheid om ons netwerk te verbreden. Andere organisaties merkten onze promo op en kwamen ook een kijkje nemen.

Ulrik: Zo nam burgerbeweging Filter Café Filtré bijvoorbeeld contact met ons op. Ze vroegen ons of we bij hen in de buurt konden staan omdat ze ook activiteiten hadden gepland. Ook op plekken met voorlopig nog weinig aanbod, hebben ze ons leren kennen. En jongeren en buurtbewoners voelen zich echt gewaardeerd. Gewoon omdat we met de barbecue speciaal in hun wijk komen staan.

Nivard: Dit was dus zeker ook een ingangspoort om met buurtjongeren te praten over de jobcoaches bij JES, over de zomeractiviteiten van Playcation, de animatorcursussen, … Maar, en dat is wel belangrijk, een contact verloopt altijd op het ritme van de jongere. ’t Is niet zo dat je als straathoekwerker per sé meteen een hele resem vragen op je afgevuurd krijgt. Dat vraagt doorgaans tijd.

Salim: Mijn mobiel aanbod is op het eerste zicht een atypische werkmethode, maar het helpt echt. Als je jongeren gewoon aanspreekt op straat, maak je moeilijker die connectie. Met een toegankelijk aanbod voor de gasten loopt dat des te vlotter. Doorgaans gaat het nu zelfs uitzonderlijk snel: ze zien leuke kapsels bij mekaar, willen dat dan ook, en zo leg je dus makkelijk contact. Om je een idee te geven: een jongen die ik al jaren ken vroeg me: “Neem me mee in dit traject.” Plots vroeg hij me om hem te begeleiden. Hij stond ervoor open om hulp te aanvaarden bij het starten van een eigen kapperszaak en vertelde me dingen die hij me ervoor nooit had toevertrouwd.

Intussen ben ik al trouwens door Broei vzw benaderd met de vraag om mijn mobiele acitviteitenmix ook bij hen te organiseren. Ook zij zagen er wel wat in. Intussen heeft Broei geïnvesteerd in een kapperskoffer, JES in de Playstation. Op een kleine zes maanden tijd ben ik zo al aangesproken door drie partners uit de wijk. Er beweegt dus iets. Dat toont de erkenning van de impact die we er mee maken.

Naar vertrouwen

Hoe bouw je vertrouwen op? Want ja, eerst kennen de jongeren je misschien (nog) niet.

Ulrik: Sommige jongeren kennen nog voormalige JES-straathoekwerkers: “Ah, ben jij de nieuwe Karolien, dan?”. Anderen hebben al een JES-animatorcursus achter de kiezen. Hier in Molenbeek is JES natuurlijk erg gekend en verankerd. Dan heb je natuurlijk al een ingang. Maar vaak zal een jongere niet meteen alles op tafel gooien. Die veiligheid en vertrouwensband moet groeien. Net daarom moeten mijn collega’s en ik voldoende aanwezig zijn. Om jongeren op straat te zien, mekaar te herkennen, mekaar te begroeten. En zo stilaan vertrouwen op te bouwen en mekaar leren kennen. Vertrouwen kan je niet forceren.

Nivard: Tijd om vertrouwen op te bouwen in de buurt is cruciaal. Je praat soms met iemand, die praat er weer over met iemand anders, … Zo werkt het. Zo komen vele jongeren bij ons terecht met vragen. Via mond-aan-mond. Dat verloopt soms heel organisch. Soms verdwijnen jongeren ook even van de ‘radar’ en komen ze weer terug met vragen. Dat gebeurt zeker ook.

Salim: “Je kan 1.000 lieven hebben, maar slechts 1 kapper.”, wordt wel eens gezegd. Een kapper is voor jongeren heilig. De mobiele knipbeurt schept daarbij sowieso een vertrouwensband. Andere jongens zien dat op het plein en hebben ook ambitie om te leren knippen. Die ambitie om een opleiding tot kapper te starten, spreken ze ook uit. Dat is het pad die een jongere die ik al jaren ken bewandelde. Ik hielp hem met de boekhouding e.d. Vandaag laat ik hem nog altijd m’n haar knippen. Zo gaat het: dit is een voorbeeld voor andere jongeren die ook zin hebben in zo een opleiding. Voor je ’t weet krijgen jongeren extra perspectief, zien ze mogelijkheden.

Hoe belangrijk is vindplaatsgericht werken, dus jongeren bereiken op hun plein, om dat vertrouwen op te bouwen?

Nivard: Enorm belangrijk. Sowieso al om het ijs te breken. ’t Zijn straatjongeren of zo kijken mensen toch naar hen. Vaak voelen ze zich gestigmatiseerd. Als je hen dan actief aanspreekt op hun pleintje, doet dat al iets met hen.

Ulrik: Inderdaad. Dat we naar hen luisteren in hun buurt, waardeert hen. Je moet beseffen dat dit voor velen van onze gasten nieuw is. Ze kennen dat niet.

Salim: Ik kan dat alleen maar beamen. Ik werk al over generaties jongeren heen in dezelfde wijk. Mijn jongeren van toen zijn nu oudere broers, neven of nonkels van de huidige generatie. Ik loop er dus al lang rond en dat dwingt een zeker respect af. En gaandeweg ook vertrouwen. Velen van hen zien me als abi (“grote broer” in het turks, nvdr.), dat is dus eigenlijk zelfs een soort familiaal vertrouwen. Ze weten maar al te goed hoe ik hun oudere broers heb ondersteund of begeleid. Ook als dat niet altijd makkelijk was. Dat geeft me ook een zekere geloofwaardigheid en referenties uit het verleden waarnaar ik kan teruggrijpen. “Je wilt toch niet in die gast zijn voetsporen treden?”, “Kijk naar die jongen: hij zat ook in een soortgelijke situatie, en kijk eens hoe goed hij nu bezig is.”, snap je?

Salim heeft als jeugdwerker geen instuiflokaal, maar zoekt actief de pleintjes op.

Je kan 1.000 lieven hebben, maar slechts 1 kapper. Een knipbeurt schept een vertrouwensband.

Schoolmoe, quick money, verslaafd aan toegankelijke drugs, administratie, problemen met justitie, … Jongeren zitten met heel diverse vragen.

Naast de jongere staan

Je komt heel wat te weten over de – soms precaire – situaties waarin jongeren zich bevinden. Welke verhalen vertrouwen jongeren jullie zoal toe?

Salim: (Denkt even na) Ik kom toch veel jongeren tegen die school moe zijn. Anderzijds zijn er binnen mijn netwerk ook behoorlijk wat jongeren die het ver hebben geschopt, zonder een A2-diploma. Sommigen runnen nu zelfs een miljoenenbedrijf. AI en technologie opent vandaag de dag natuurlijk ook deuren (lacht). Maar er is wel een keerzijde: sociale media overspoelen ons met verhalen dat je zomaar snel rijk kan worden. Dat is een valkuil. Daar probeer ik de gasten voor te behoeden. De ‘quick money’-fabel is erg aanlokkelijk voor jongens. Dat beeld probeer ik toch te doorprikken.

Druggebruik komt trouwens ook aan bod. Dat merk ik helaas bij steeds jongere jongeren. Vapes, snus, … dat bestond vroeger niet, é. Drugs zijn nu veel toegankelijker.

Nivard: Goh… (denkt ook na) Jongeren komen bij ons omtrent problemen met justitie, voor begeleiding, voor administratieve zaken, omdat ze afhaken op school, … Een relatie opbouwen met de jongere, hun rechten uitleggen, dat neemt allemaal tijd. Die nemen we dan ook en we hebben ook discretieplicht natuurlijk.

Ulrik: Juist. Administratieve begeleiding, dus formulieren in orde brengen en dergelijke, dat komt geregeld terug. Alles wat te maken heeft met procedures doorlopen en je rechten kennen als jongere. Het start vaak met een urgente vraag. De jongere in kwestie zit ergens mee en wij zoeken samen met hen openingen. We luisteren en nemen de tijd om nadien ook verder te gaan dan enkel het hoogdringende.

Nivard: Ik merk wel dat we met de recente hervormingen wel vragen krijgen rond de werkloosheidsuitkeringen. Maar evengoed komen jongeren geregeld naar me toe met vragen over hun welbevinden. Als ik daarover praat met de collega-straathoekwerkers uit Kuregem, komen er daaromtrent behoorlijk wat zaken naar boven. Dat is toch een zeker signaal.

Absoluut. Zien jullie vindplaatsgerichte activiteiten trouwens als een eindpunt…?

Nivard: Een eindpunt?! Nee hoor, we gaan vaak met de gasten mee naar andere diensten. Weet je, vele gasten zijn net heel verlegen om een sociale organisatie of overheidsdienst binnen te stappen. “Kan je niet met me meegaan?”, krijgen we geregeld te horen. Met een vertrouwenspersoon voelen ze zich veiliger.

Ulrik: En we blijven ook voor het vervolg. Een ingevuld formulier leidt soms naar een ander formulier, enz.

Nivard: (Lacht) “Le vaisseau administratif”, bedoel je. We moeten ons telkens maar weer aanpassen aan nieuwe regeltjes. Het wordt er echt niet makkelijker op om jongeren op dat vlak te helpen. Maar we leren als straathoekwerker dus voortdurend bij. Ik zag onlangs ook hoe ‘relatief makkelijk’ een jongere in Gent logement had gevonden. Een groep mensen had alles geregeld voor hem, zelfs taallessen.

Ulrik: Een jongere zonder een dak boven het hoofd kwam bij me. Na een contact met een straathoekwerker in Leuven, kon de jongere daar terecht. Nu moet je weten: alles was daar op twee weken tijd geregeld, é. Hij had al een sociaal assistent gezien, het adres stond al geregistreerd op z’n identiteitskaart, morgen krijgt de jongere een leefloon. Gewoon om maar te zeggen: de administratie ging daar zo snel. Dat is hier in Brussel ondenkbaar. Hier worden jongeren van het kastje naar de muur gestuurd.

Nivard: En wat heeft het voor zin om dan in beroep te gaan. De jongere heeft er niks bij te winnen. Je verliest energie, tijd en je blijft in de sh*t zitten. In Brussel geldt: choose your battles. Net daarom maken we bij ons vindplaatsgericht werken nooit harde beloftes aan de jongere. We kunnen de uitkomst niet garanderen, maar wel dat we hem of haar blijven ondersteunen. Vindplaatsgericht werken een eindpunt? Nee, dus.

Salim: Zelf ben ik bij wijze van spreken 24/7 bereikbaar voor de jongeren. Als vindplaatsgericht werker fungeer ik als aanspreekpunt, voorbeeld én brug voor de jongeren naar de stad, naar werk, naar vele zaken. Dat wil niet zeggen dat ik elk berichtje beantwoord, maar als de jongere een urgente vraag heeft, dan ben ik er. Een goed netwerk aan partners is daarbij van zo’n groot belang. Zo kan ik via via altijd ergens terecht: ook voor jongeren die een job zoeken, bijvoorbeeld. Ik ken mensen bij interimbureaus, werkgevers zelf, … Eigenlijk moet je als vindplaatsgericht werker van alle markten thuis zijn. Om je een idee te geven: momenteel begeleid ik een drietal jongeren bij hun medische schifting om te starten als taxichauffeur (Salim heeft zelf ook een taxibedrijf, nvdr.). Maar evengoed ondersteun ik talentvolle jonge voetballers. De ondersteuningsnoden lopen uiteen.

Opties aanreiken

Wat als jongeren met vragen zitten die je niet kan beantwoorden? Als de ondersteuningsnoden je expertise als jeugdwerker overstijgen?

Salim: Kijk, je kan niet altijd helpen, maar wel altijd stappen zetten. En dat is op zich ook al vooruitgang. Bij sommige gasten verlopen die stappen supersnel, andere jongens en meisjes doen er gewoon langer over. Iedereen heeft zijn eigen aanpak nodig, dat voel je aan als jeugdwerker. Er bestaat geen passe-partoutmethodiek.

Nivard: We proberen de jongere verschillende pistes aan te reiken. Jongeren in een precaire situatie kan je niet loslaten zonder enige houvast. We bereiden samen met hen de stappen en afspraken voor. Dat helpt al om de mental load voor de jongere te verlichten.

Ulrik: (Knikt bevestigend) We zijn er om samen op weg te gaan en een uitweg te zoeken.

Nivard: Anderzijds proberen we de jongeren in begeleiding ook autonomer te maken en eigenaar van hun traject. Als ze zelf een document kunnen opvragen, dan laten we hén dat ook zelf doen. Soms in stapjes.

Hoe ge je er dan persoonlijk mee om als je niet kan helpen?

Salim: Dan zoek ik naar soortgelijke verhalen bij collega’s. Hoe gaan zij ermee om? En wat het persoonlijk met me doet? Ik werkte vroeger voor Fedasil en heb daar echt enorm schrijnende zaken gezien, dus ik kan er intussen wel goed mee om.

Nivard: Dat vind ik toch een moeilijke. We blijven natuurlijk mensen, é. Een uitlaatklep is belangrijk. Over gevallen praten met collega-straathoekwerkers helpt inderdaad om de mentale last te verdelen. Ik voel ook wel een belangrijke ondersteuning van het straathoekwerkteam. Bij zware cases krijgen we ook de ruimte om even afstand te nemen. En dat is zeker nodig, want straathoekwerkers zijn als een spons. We nemen soms zware verhalen op van onze gasten.

Ulrik: Soms moet je even afstand nemen tijdens het traject en met hernieuwde energie verder begeleiden. Ik kom inderdaad ook jongeren tegen die door zware periodes gaan. Maar af en toe zie ik ook jonge gasten en meisjes die er ook sterk uitkomen. ’t Is dubbel, é. Enerzijds frustreert het me hoe koud de samenleving zich presenteert, maar het motiveert me net om voor mensen een verschil te maken. Hoe klein ook. Elk individueel verschil geeft hoop.

Nivard, straathoekwerker in Sint-Jans-Molenbeek

We proberen jongeren in begeleiding eigenaar te maken van hun eigen traject.

Ulrik en Nivard zijn de link met de jongeren in de buurt.

Dat is een mooie boodschap. Laten we die eens omdraaien. Wat zou er volgens jullie gebeuren als er geen jeugdwerkers meer staan op de pleintjes? Welk effect zou dit hebben op jongeren? Of op de maatschappij?

Salim: Eerlijk? Dat wil ik mij zelfs niet inbeelden. Als jonge gast groeide ik zelf op in Gent, waar ik bij jeugdwerkers terecht kon. Dat heeft me echt positief beïnvloed. Met alle respect, maar in sommige wijken maken vindplaatsgerichte jeugdwerkers zelfs een grotere impact dan ouders of de school. Met bepaalde problemen of vragen kunnen jongeren gewoon niet thuis terecht. Dan maakt de nabijheid van een vindplaatgerichte vertrouwensfiguur net het verschil.

Ulrik: Zonder straathoekwerk en vindplaatsgericht werk zou de negatieve spiraal van de samenleving nog versnellen: meer polarisatie, meer mensen in armoede, meer jongeren die zich weggekeken voelen in de maatschappij, … Nabijheid is nu meer dan ooit cruciaal. Wij zijn degenen die nog contact proberen te houden met jongeren die het moeilijk hebben. Wij proberen hen weer aansluiting te geven bij de samenleving. We mogen onze jongeren niet opgeven. Een self-fullfilling prophecy wil je echt niet. Vele jongeren voelen zich minderwaardig omdat ze zich zo gezien voelen. Als staathoekwerker willen we hen tonen dat ze veel meer zijn dan dat.

Nivard: Kort gezegd: wij zijn de link met de jongeren in de buurt. Die vertrouwensband met hen, wie gaat dat nog opbouwen? Dat mogen we niet uit het oog verliezen. Jongeren zijn hoe dan de toekomst, we mogen ze niet loslaten. Hoe we met hen omgaan als samenleving bepaalt hoe de samenleving van morgen er zal uitzien. Ons straathoekwerk is misschien een werk in de schaduw, maar heeft zoveel impact. Op jongeren, op de buurt, op de stad, op de toekomst.

Met een mooiere boodschap kunnen we het artikel niet afsluiten. Zo verder doen, gasten.

BBQ Tout Chaud wordt mogelijk gemaakt door de steun van de gemeente Sint-Jans-Molenbeek.

Salim’s werk wordt mogelijk gemaakt met de steun van de Jeugddienst van Stad Gent.

straathoekwerk-nlvindplaatsgericht-nl