Leerwegtrajectbegeleiding
Groepsinterview met begeleiders Mostafa, Jana, Kasper, Patrick, Heleen en Anke
Goed nieuws. Ongeveer 64.450 van de 73.400 leerlingen behalen jaarlijks een kwalificatie in het Nederlandstalig middelbaar onderwijs. Een kus van de juf en een bank vooruit, denk je dan. Niet als je ’t anders bekijkt: 8.950 leerlingen halen die eindmeet niet. Vele jongeren vallen dus uit op school. En daar zijn best wat redenen voor. We vallen binnen bij JES-leerwegtrajectbegeleiders Jana, Mostafa, Heleen, Kasper, Patrick en Anke. Zij helpen dagelijks schoolgaande jongeren die nood hebben aan houvast of richting. In een intervisiegesprek met staflid Wies fileren onze coaches waar jonge schoolverlaters tegenaan lopen.
“Er bestaat niet zoiets als één reden”, steekt Jana (begeleider Gent) van wal. “Elke leerling heeft een eigen achtergrond, draagt bagage mee en beweegt zich in een specifieke context. Mogelijke redenen voor schooluitval zijn divers en vaak een combo van factoren. Vele tieners kennen een kwetsbare thuiscontext, sommigen kregen al een verkeerde oriëntatie in het lager onderwijs mee, anderen zijn het Nederlands nog niet voldoende machtig waardoor ze snel in de B-stroom terechtkomen, hoewel ze liever doorstroomfinaliteit zouden volgen en dit ook aankunnen… Er ligt soms zo veel focus op het Nederlands dat we geen oog meer hebben voor de capaciteiten van de leerling in kwestie.”
Uitdagingen voor het onderwijs
Ondanks veel goede wil, kampen scholen in een grootstedelijke context met serieuze uitdagingen om schooluitval tegen te gaan. “Denk maar aan het nijpend tekort aan leerkrachten of het structureel plaatsgebrek in populaire richtingen”, weet Kasper (begeleider Brussel). “Zo glijden jongeren met een duidelijke interesse toch af. Ondanks hun motivatie krijgen ze te horen: “Sorry, de richting die je zo graag wil volgen zit vol. Zoek maar iets anders.” Dat helpt natuurlijk niet. Je kan gewoon niet verwachten dat deze gasten of meisjes een noodgedwongen schoolrichting met evenveel passie aanvatten als de richting waar ze eigenlijk van dromen.”
Mostafa (leerwegtrajectbegeleider Antwerpen): “Kijk, daar bovenop is de kloof tussen de schoolgaande stadsjeugd en de leerkracht vaak te groot. En dat is geen verwijt, maar wel de realiteit. Vele leerkrachten zijn inderdaad van goede wil, maar begrijpen de leefwereld van de leerling niet.” Patrick (begeleider Antwerpen) knikt bevestigend: “De diversiteit van de stad vertaalt zich in leerlingen met verschillende culturen, religies, … Het rigide schoolsysteem legt zo’n strikte regels op dat jongeren dreigen af te haken, bijvoorbeeld omtrent het dragen van een hoofddoek.”
“Anderzijds verwachten we ook veel van leerkrachten”, tempert Heleen (begeleider Gent): “In een klas zitten vaak heel wat leerlingen met specifieke diagnoses, waarover/-voor de leerkracht of de school soms weinig kennis of tools voorhanden heeft.”

Elke leerling heeft een eigen achtergrond, draagt bagage mee en beweegt zich in een specifieke context.

De verwachtingen die we jongeren opleggen zijn niet altijd even realistisch. Bots je daar als jongere tegenaan, dreig je ook je geloof in het onderwijssysteem te verliezen.
Verkeerde verwachtingen
Je leest het. De toon is meteen gezet. Onze leerwegtrajectbegeleiders ervaren duidelijke drempels die scholen en scholieren tegenkomen. En dan hebben we het nog niet gehad over de impact van social media. Patrick zucht: “Tja… Jongeren worden vandaag om het hoofd geslagen met influencers die je laten geloven dat je snel rijk kan worden, dat studeren geen must is. Tieners zijn daar vatbaar voor. Voor velen lijkt dat echt een waardig alternatief.” Maar niet alleen social media leggen veel druk op onze jongeren. Mostafa ervaart dat ouders kinderen wel eens in een bepaalde schoolrichting durven duwen, ook al toont hun kind er sowieso al weinig interesse in. Sommige ouders tonen op dat vlak te veel betrokkenheid, anderen dan weer te weinig, …
Kasper: “Het lijkt misschien contradictorisch, maar ik zie in mijn begeleidingen ook een digitale kloof bij tieners meespelen. Van een 15-jarige met ADHD verwachten dat hij dagelijks Smartschool bekijkt, is gewoon veel gevraagd.” Ook voor ouders, trouwens (nvdr.). De verwachtingen die we onze jongeren opleggen, zijn dus niet altijd even realistisch. Wie daar als jongere tegenaan botst, dreigt ook zijn geloof in het onderwijssysteem te verliezen.
Een waterval geeft sowieso druk
Jana: “Gewoon om maar te zeggen: de druk op jongeren vanuit het schoolsysteem is niet min. Wie een tijdje ziek valt, een ouder verliest of moet bijklussen om de huur te betalen, kan de pauzeknop niet even induwen en weer instappen.” Dan wordt er soms geoordeeld dat de jongere een leerachterstand heeft opgelopen en dus niet verder kan, hoewel dat niet de achterliggende reden is. “Zakken in het watervalsysteem is makkelijk. Het omgekeerde niet.” Mostafa verduidelijkt dat je “als jongere soms inderdaad te snel vastzit in een bepaald domein of richting. Dan geraak je er nog moeilijk uit.” Schoolvermoeide jongeren die nog niet op de arbeidsmarkt wilden zitten, hadden vroeger wel een leerweg en ondersteuning via het modulaire systeem van leren en werken. “Die optie hebben onze meisjes en gasten helaas niet meer”, stelt Wies vast.
Stad als schaalvergroting van het platteland
In Vlaanderen valt één leerling op de acht uit. In (groot)steden is dat zelfs ruim één leerling op vijf. Dat verschil lijkt opvallend, maar is het ook weer niet. “Je kan de grootstad bekijken als een uitvergroting van de uitdagingen die zich ook in Vlaanderen opdringen. Met meer welzijnsissues”, verklaart Wies.
Maar ook met een groter personeelstekort op school, meer taalproblemen en… “in steden zie je meer armoede. Bepaalde leerlingen moeten bijklussen in de pizzeria om de ouders te helpen de huur te betalen”, vertellen Patrick en Mostafa. “Deze tieners hebben dus wel andere zorgen dan enkel studeren. De maand doorkomen is voor velen de eerste bekommernis.” De stad biedt mogelijkheden, maar ook verleidingen om snel geld te verdienen.
“Dan moet je ook weten dat in de stad iedereen ook een tikkeltje scherper staat. Brusselse, Antwerpse of Gentse Jongeren komen ’s morgens doorgaans al helemaal overprikkeld aan op school: frustraties op de tram of metro, geluidsoverlast, … Dat heeft sowieso een effect op hoe leerlingen de schooldag aanvatten. Ik zeg niet dat jongeren buiten de grootsteden dit niet meemaken, maar toch op een ander niveau”, weet Patrick.
Vertrouwen en eigenaarschap
Tel al die zaken op en het zegt je iets over de context waarin sommige scholieren in de klas zitten. Hoe vind je dan als leerwegtrajectbegeleider ingang in de leefwereld van deze meisjes en jongens? Mostafa: “Bij JES geloven we sterk in een traject lopen samen met de jongeren. Als begeleider proberen we zo nabij mogelijk te zijn en werken we aanklampend. Maar altijd vanuit vertrouwen: onze band met de jongere kan ook hechter zijn omdat we niet gelieerd zijn aan de school zelf. De jongere weet: “iemand uit een andere context begeleid mij”.”
Dat voelt Heleen ook zo: “Als jongeren zich op school geviseerd voelen of onveilig, dan zijn JES-leerwegtrajectbegeleiders een externe vertrouwenspersoon. Soms bemiddelen we ook. Dan bouwen we momenten in waarop er ook echt naar de betrokken jongen of het meisje moet geluisterd worden.”
Kasper: “Bij ons (JES in Brussel, nvdr.) krijgen jongeren trouwens mede-eigenaarschap over het traject. Als we met een school of begeleider van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding samenzitten, halen we de jongere erbij of vragen we hun inbreng. Dat is voor ons cruciaal: we praten niet over onze jongeren om te bepalen wat ze moeten doen. Dat ligt ook bij de jongeren zelf.” JES-leerwegtrajectbegeleiders vertrekken vanuit een positieve benadering. “We kiezen ervoor om echt de tijd te nemen en te luisteren naar onze jongeren. Zonder oordeel.”
Jana: “Die vertrouwensband tussen jongere en begeleider is zo belangrijk om te helpen. Eerlijkheid is daarbij de sleutel. We maken onze beloftes waar en proberen onze jongeren een eerlijk beeld te geven van wat mogelijk is en wat niet.” “We zijn soms zelfs … (denkt na) brutaal eerlijk naar onze jongeren toe. Maar dat appreciëren ze ook hard”, ondervindt Kasper.
Leefwereld als vertrekpunt
Als externe partner die werkt op de hele leefwereld van jongeren, hebben de JES-leerwegtrajectbegeleiders een zeker helikopterzicht. “We kennen de ‘speciallekes’, hebben een breed aanbod en kijken soms ook naar welzijn”, legt Kasper uit. “Zo bekijken we de jongeren vanuit een bredere bril dan enkel vanuit het schoolgebeuren.” En dat is uiteindelijk dan weer een win voor de school én voor de jongere.
Dat wil niet zeggen dat JES-leerwegtrajectbegeleiders standaard vertrekken vanuit de verwachtingen van de school. Patrick: “Als de school bijvoorbeeld meegeeft dat de aangemelde jongere een bepaald probleem heeft, ervaren we dat probleem bij JES niet altijd. We willen vooral dat de jongere voor zichzelf een juiste maakt. Wat het onderwijssysteem verwacht is niet per sé het juiste antwoord voor de jongere. Eerlijk? Op dat vlak botsen we dus wel eens met de school. Maar dat is ook goed. Op je 15de weet je misschien nog niet goed wat je wil leren of doen. Uitproberen en falen is ook oké om te leren. Zo kijken wij ernaar.”
Mostafa vult aan: “Soms zie ik dat een jongen of meisje kwaliteiten heeft, intussen wel al 20 jaar is en uiteindelijk toch een diploma wil behalen. Vanuit mijn ervaring kan ik aanvoelen of die jongere misschien wel geschikt is voor een graduaatsopleiding. De jongere heeft zijn of haar diploma niet gehaald – niet omdat die dat niet kan – maar door andere factoren. We proberen dus naar het totaalplaatje te kijken.”

Bij JES geloven we sterk in een traject lopen samen met de jongere. Vanuit vertrouwen en mede-eigenaarschap.

We krijgen weinig tijd als begeleider. De vele projectrichtlijnen waarin we moeten bewegen maken het niet eenvoudig. Met wat meer marge kunnen we meer bereiken. Gegarandeerd.
Vruchtbare gesprekken
Hoe gaan de coaches in verbinding met ‘hun’ jongeren? Bij meerdere collega’s valt meteen de presentietheorie in de mond. “Dat betekent zoveel als ‘er zijn’, naast de jongere staan,” legt Patrick uit. “Dan moet je soms ook aanvaarden dat het even niet lukt voor de jongere.” “Als coach stuur je je jongere dan niet gewoon naar het infomoment voor een opleiding, maar ga je ook zelf mee.”, vult Kasper aan. “Ik spiegel ook graag. Als een gast hyperactief naar de begeleiding komt, dan onderbreek ik hem ook voortdurend. Is de jongere eerder stil, dan ben ik als coach ook rustig. Je ontvangt de jongere op zijn of haar niveau, weet je wel. Zo kom je tot veel vruchtbaardere gesprekken.”
Waar Kasper vaak gebruik maakt van de schoolmotivatiepuzzel, de krachtboom of levenslijn, brengt Heleen geregeld het sociaal netwerk van de jongen of het meisje in kaart aan de hand van cirkels. “Soms krijg je weinig concrete antwoorden, hooguit een ‘Kweeni’ of ‘Ja, …’.”, zegt Jana. “In zo’n geval zijn de online interessetest of beroepskeuzetest van VDAB wel handig.”
Uiteindelijk vindt 70% van de begeleide jongeren zijn of haar weg naar een opleiding of het onderwijs. Vraag is dan of jongeren ook zelf ervaren dat de aanpak en methodieken voor hen werken, natuurlijk. Mostafa krijgt soms feedback terug van de jongeren zelf: “Absoluut. We staan dus naast de jongeren, nemen de nodige tijd om te luisteren en staan hen bij. Onze jongeren appreciëren dat. Op het einde van het schooljaar, bij de proclamaties worden de vruchten van een begeleiding het meest tastbaar voor de meisjes en jongens die we begeleiden. Dan krijg ik van hen wel een teken van voldoening en aanvaarding van het afgelegde traject. Of van de ouders. Op dat moment voel je als leerwegtrajectbegeleider dat je een verschil maakt.”
Waar het uiteindelijk om draait
Leerwegtrajectbegeleidingen kunnen dus mooie resultaten voorleggen. En toch ligt het Vlaamse budget ‘slechts’ op €1 miljoen, wat in theorie neerkomt op €112 per leerling die dreigt uit te vallen. Hoe kunnen we onze leerwegtrajectbegeleiders dan nog versterken? Patrick: “Eerlijk? Het strakke kader en de vele projectrichtlijnen waarin we moeten bewegen zijn niet eenvoudig. We krijgen weinig tijd als begeleider. Die tijd hebben we echt nodig om die goede vertrouwensbasis te leggen met de jongere. Dat verdient zich nochtans terug.” Kasper: “Soms zijn we verplicht om trajecten af te sluiten van jongeren die eigenlijk nog tijd nodig hebben, waar we wel resultaat mee kunnen boeken. Onze job vervelt stilaan tot een veredelde administratief medewerker, maar je werkt wel met mensen, é. Jongeren coachen vergt een andere aanpak.” “Dat klopt”, zegt Jana, “de projectregeltjes stroken vaak niet met de dagelijkse werkelijkheid. Binnen het strakke speelveld doen we ons uiterste best, maar de boodschap is: met wat meer marge kunnen we meer bereiken. Gegarandeerd.” Dat gevoel leeft sterk onder de coaches.
Wies: “Eigenlijk wordt er een economische logica op jongeren gekleefd. Taakje A, taakje B, taakje C, checkbox en over naar de volgende die het “product” bewerkt. Zo werkt het in de praktijk natuurlijk niet. Je werkt met mensen en moet het holistisch aanpakken.”
Patrick: “Voor mij is het simpel. Wil je inspelen op interesse, dan moet een coachingstraject starten vanuit de droom van de jongere. Daar kan je niet naartoe werken als het systeem er geen ruimte toe laat. Gevolg: je dreigt je jongeren te verliezen. Net het omgekeerde van de doelstelling die we allemaal willen bereiken. Tijd om de persoon achter de jongere te leren kennen is zo cruciaal. Eerst bouw je een vertrouwensband op, waar we in JES zo hard in geloven, trouwens. Dat is je basis, maar net dat staat te veel onder druk.”
Mostafa registreert vanuit zijn job ook structureel, maar voert zijn job vanuit een andere overeenkomst uit. Daardoor heeft hij meer marge. “Dat vind ik fijn. Zo hou ik meer tijd over voor waar het echt om draait: de jongere zelf. Want ik herhaal het nog eens: de jongere en zijn of haar situatie leren kennen is echt cruciaal.”
Arthur*, een verhaal recht uit het werkveld
(*Arthur is een alias.)
Arthur is 17 jaar wanneer hij wordt aangemeld. Hij volgt een richting in een arbeidsmarktfinaliteit op een voltijdse school. Tijdens het intakegesprek kom ik te weten dat leerkrachten inschatten dat deze richting zijn ding kan zijn, maar dat ervaart Arthur helemaal anders. Eerst richten we de begeleiding op het behalen van een diploma secundair onderwijs en verkennen we daartoe de mogelijkheden.
Gaandeweg stelt Arthur zich meer open. Voor hij naar België kwam, verloor hij beide ouders in zijn thuisland. Nu verblijft Arthur bij een oom in een klein appartement. Daar wonen ze naast elkaar, maar de oom kijkt niet naar hem om. Arthur moet zelf instaan voor zijn boodschappen, eten, onderhoud,… Zo heeft Arthur weinig mentale ruimte om zich op school te focussen. Het verlies van zijn ouders, de verhuis naar een andere cultuur, het gebrek aan een netwerk in België en de eigen boontjes doppen wegen zwaar door.
First things first. Om zich te kunnen focussen op zijn schoolcarrière, gaan Arthur en ik eerst aan de slag met de factoren waar hij invloed op heeft. Stabiliteit is de eerste prioriteit: samen nemen we contact op met een sociaal assistent bij het OCMW, wat resulteert in een leefloon en uiteindelijk een sociale woning. De oom gebruikt uiteindelijk fysiek geweld waardoor de situatie in het appartement voor Arthur onhoudbaar wordt. Van zodra Arthur een klein inkomen heeft, sluit hij zich aan bij een voetbalploeg en leert hij nieuwe vrienden kennen. We zoeken samen verder naar gepaste en betaalbare psychologische ondersteuning.
Arthur is een creatieve jongen met interesse in IT. Sinds het intakegesprek liep Arthur intussen al school op drie verschillende scholen en volgde hij drie verschillende studierichtingen. Hij heeft geen idee welke richting bij hem past en zit mentaal vast. Arthur overleeft en heeft weinig ruimte zichzelf te ontdekken. Welke studierichtingen er bestaan en wat die inhoudelijk betekenen, daar heeft hij geen idee van. Dat maakt het moeilijk om de juiste keuze te maken.
Als Arthur 18 jaar oud is wonen we samen een aantal infosessies bij van het volwassenenonderwijs. Hij kiest voor een grafische studierichting, die hij voltooit.
Vandaag heeft Arthur een eigen beginnende kledinglijn en neemt hij de volledige marketing op zich. Hij woont in een kleine studio via het OCMW en kijkt uit naar een studio of appartementje op de private huurmarkt.
